Nutsvoorzieningen – gemeenschappelijke voorzieningen (individuele stookkosten zie hier)

De kosten van het verbruik van gas, water en elektriciteit voor gemeenschappelijke voorzieningen worden door het energiebedrijf veelal bij uw verhuurder in rekening gebracht. Uw verhuurder kan via de servicekosten de kosten mbt gas, water en elektra voor gemeenschappelijke voorzieningen aan u doorbelasten.

De kosten van gas en elektra kunnen uit twee delen bestaan: een netwerk deel en een leveringsdeel.

De totale werkelijke kosten moeten worden verdeeld naar rato van het aantal woonruimten. Nog specifieker: alleen die huurders die gebruik kunnen of moeten maken van de gemeenschappelijke voorziening kunnen dergelijke kosten doorbelast krijgen.

Onder gemeenschappelijke voorzieningen wordt verstaan:
- centrale verwarmingsinstallatie;
- warmwaterinstallatie (gemeenschappelijke boiler);
- alarminstallatie;
- (nood)verlichtingsinstallatie;
- liftinstallatie;
- mechanische ventilatie;
- hydrofoor;
- glazenwasinstallatie;
- huistelefoon/intercom;

Net zoals de verhuurder bij u als huurder een maandelijks voorschotbedrag voor de servicekosten in rekening brengt, zal het energiebedrijf veelal maandelijks een voorschotbedrag voor gas, water of elektra bij uw verhuurder in rekening brengen. De totale kosten gas, water of elektra: dus de voorschotbedragen en de jaarlijkse afrekening brengt de verhuurder bij u in rekening. Probleem hierbij is dat de periode waarover het energiebedrijf afrekent niet altijd gelijk loopt aan de periode waarover de servicekosten worden afgerekend.
Bijvoorbeeld uw verhuurder heeft een afrekening elektra ontvangen over de periode april 2008 tot en met maart 2009. Uw verhuurder (maar ook de huurcommissie) zal dan vaak de zogenaamde seizoen-patroonpercentage methode toepassen. Van de totale kosten electra over genoemde periode april 2008 tot en met maart 2009 zal 9/12-ste deel (april 2008 tot en met december 2008) plus 3/12-ste deel van de vorige afrekening elektra worden doorbelast via de afrekening servicekosten 2008.

Op basis van de uitspraak van de Groningse kantonrechter (338255/07-10785) blijkt dat het een verhuurder is toegestaan in een dergelijk geval de totale kosten april tot en met maart toe te rekenen aan het voorgaande kalenderjaar.

De kosten van met name gas en elektra zijn de afgelopen jaren fors gestegen. Deze kostenstijgingen zijn veelal doorbelast aan de huurders. Omdat de voorschotten voor gas, water en elektra veelal per 1 juli worden aangepast op basis van de kosten van het voorgaande kalenderjaar, worden veel huurders –vanwege genoemde kostenstijgingen- geconfronteerd met nabetalingen.

 



   
   

 
Naar boven