(Radiografische) elektronische radiatormeter

Net als de verdampingsmeter wordt ook deze meter rechtsreeks op de radiator geplaatst. De meter heeft temperatuurvoelers, een voor de radiator, en een voor de ruimtetemperatuur. De temperaturen worden continue gemeten en zijn daarmee maatgevend voor de afrekening.
De metet telt alleen als de radiator warmte afgeeft. De meter begint te tellen als de temperatuur van de radiator minimaal 23 graden bedraagt en de temperatuur van de woonruimte minstens 4 graden lager is. Aan het einde van het stookseizoen slaat de meter de eindstand automatisch op. Elektronische radiatormeters tellen zogenaamde elektronische warmte eenheden. Dit zijn op zichzelf staande eenheden die geen rekening houden met de warmtecapaciteit van de radiator. Omdat een grote radiator meer energie verbruikt en meer warmte levert dan een kleine radiator, wordt hiervoor een correctie toegepast op de afrekening.

De elektronische radiatormeter is tevens verkrijgbaar met een mogelijkheid voor radiografische uitlezing.

Een veelvoorkomende vraag van bewoners is waarom de radiatormeter warmte eenheden registreert terwijl de bewoners aangeven de radiator niet te gebruiken. Een dergelijke situatie is in twee gevallen mogelijk:
- Het is mogelijk dat, na het dichtdraaien van de radiatorknop, het warme water in de cv-leiding via de retourleiding terugloopt in de radiator. De radiator kan hierdoor weer een beetje warm worden. Omdat de elektronische radiatormeter een zeer nauwkeurige meter is, kan deze hierdoor gaan tellen. Dit zal vooral het geval zijn bij kleine radiatoren (badkamer, slaapkamer). Doordat deze situatie zich in het hele complex/gebouw voordoet, heeft dit nauwelijks invloed op de uiteindelijke hoogte van de stookkostenafrekening.
- Daarnaast kan de radiatormeter gaan tellen als de temperatuur van de radiator minimaal 23 graden bedraagt en de temperatuur van de woonruimte minstens 4 graden lager is. Hierdoor is in theorie het volgende mogelijk: wanneer de zon op een zomerdag de radiator opwarmt en aan het begin van de avond het raam geopend wordt, daalt de kamertemperatuur snel terwijl de radiatortemperatuur maar langzaam daalt. Er kan dan een verschil van meer dan 4 graden tussen de radiatortemperatuur en de ruimtetemperatuur ontstaan. Zolang de radiator warmer is dan 23 graden gaat de meter tellen. Het gaat hier echter altijd om geringe aantallen.

Iets dergelijks doet zich ook voor bij verdampingsmeters. Als gevolg van natuurlijke verdamping zakt het vloeistofpeil van de verdampingsmeter, ook wanneer er niet gestookt wordt. Deze verdamping is minimaal en doet zich voor in het gehele complex/gebouw. Deze verdamping heeft daarom nauwelijks invloed op de uiteindelijke hoogte van de stookkostenafrekening.

 



   

Gerelateerde onderwerpen:

Terug naar individuele stookkosten
   
Gasmeter
Verdampingsmeter
Warmtemeter
   
Voorbeeld niet-individuele bemetering
Voorbeeld individuele bemetering
Voorbeeld graaddagenmethode
   
Stookkosten gemeenschappelijke ruimten

 

   

 
Naar boven